Hilja uit Zwartsluis maakt boek over oom Jan: "Meer aandacht voor Nederlandse soldaten die sneuvelden in WOII"

De Nederlandse militair Jan Troost uit Rouveen was 27 jaar toen hij sneuvelde bij de Duitse inval in 1940. Zijn nichtje Hilja Klaver-Vos (62) uit Zwartsluis vindt dat er te weinig aandacht is voor de verhalen van Nederlandse soldaten in de Tweede Wereldoorlog, dus maakte ze een boekje over haar oom. "Jan gaf zijn leven voor onze vrijheid.”

Klaver wist tot voor kort weinig over haar oom Jan, de oudste van een boerengezin met zes kinderen. "Bij mijn opa en oma hing altijd een foto van een jongeman boven de deur. Wie was hij? Een paar jaar geleden besloot ik te gaan speuren. Ik wilde het weten, omdat ik vond en vind dat dit verhaal levend moet blijven. Toen een tante stierf, vond ik op haar zolder dozen met foto’s, brieven, militaire handboeken, zijn overlijdensbrief en oorkondes. Ik wist niet dat ze al die spullen had. Het project raakte in een stroomversnelling. Jan werd bijna tastbaar.”

Mijn opa en oma werden na de oorlog stille mensen
Hilja Klaver-Vos

Het boek is af en ligt bij Klaver op tafel. Op de voorkant prijkt de stoere kop van Jan Troost, soldaat van het 1e Regiment Huzaren Motorrijders. Naast het werkstuk ligt de originele hoed van Jan, een hoofddeksel uit zijn diensttijd.

"Overblijfselen van een te kort leven dat door de oorlog werd gebroken." Het doet haar zichtbaar wat. "Het is 81 jaar geleden, maar ik weet hoeveel verdriet zijn ouders, mijn grootouders hadden. Mijn opa en oma werden na de oorlog stille mensen."

Verdediging Den Haag

Jan Troost is een boerenzoon. Hij weet alles van paarden. Als hij begin jaren dertig in militaire dienst moet, is hij soldaat te paard. In augustus 1939, als de oorlog dreigt, moet de Rouvener opkomen tijdens de mobilisatie. Hij is dan al 27 en getrouwd met Geesje Spijker. Kinderen zijn er nog niet. Op 10 mei komt de inval. Troost en zijn maten gaan met hun mitrailleurs bij Den Haag in de verdediging.

Bij vliegveld Ypenburg gaat het op de eerste oorlogsdag mis. Na zware gevechten met Duitse parachutisten wordt Troost krijgsgevangen gemaakt en samen met anderen opgesloten in een loods. Bij een poging van het Nederlandse leger om het vliegveld te heroveren raakt Troost zwaargewond. Hij overlijdt drie dagen later in een ziekenhuis in Delft.

Op zijn grafsteen en overlijdensakte staan 10 mei, terwijl het eigenlijk 13 mei moet zijn. In de chaos ging het vastleggen van de juiste datum niet goed en het is nooit verbeterd. "Over de laatste dagen van Jan is niks bekend. Hoe was hij eraan toe? Heeft hij nog wat gezegd? Dat zou ik graag willen weten.”

Doodskist gezien

Zijn ouders horen pas een dag of vijf later bij toeval het noodlottige bericht. Tegenover het ouderlijk huis staat een café. Daar zit op een middag een man die terugkomt uit Delft, die een rouwauto bestuurt en op de terugweg is naar huis. Hij heeft daar een doodskist zien staan met daarop 'J. Troost Staphorst’.

Opa Troost en zijn buurman hebben een slecht voorgevoel en rijden met gezwinde spoed op de motorfiets naar Delft. Vader Troost kan bewijzen dat het om zijn zoon gaat. Hij weet dat Jan een horloge draagt met ‘JT’ erop en dat in zijn zakbijbel en hele specifieke handgeschreven tekst staat. Dat blijkt allemaal te kloppen. Het is Jan.

Al dagen begraven

De Rouveense soldaat is echter al dagen begraven. Sinds 14 mei liggen zowel de Duitse als Nederlandse soldaten in een noodgraf. Niet lang daarna gaat het lichaam van Jan naar de algemene begraafplaats in Delft. Pas op 23 mei komt hij thuis in Rouveen en wordt hij voor de derde keer begraven. De familie moet beloven en ervoor tekenen dat de kist niet meer open mag.

Verzoeken van de Oorlogsgravenstichting om Jan te begraven op de erebegraafplaats bij de Grebbenberg wijst de familie af. Jan hoort in Rouveen en daar ligt hij nog steeds. Nicht Hilja Klaver bezoekt het graf regelmatig.

Meer aandacht voor Nederlandse soldaten

Het korte leven van Jan Troost is nu door Klaver geboekstaafd. Publicatie is niet het doel, het vastleggen van zijn verhaal wel. "Dit is al naar de historische vereniging en naar enkele familieleden. Het voelt goed dat ik dit heb gedaan. Voor hem en voor de generaties na ons. Er mag wel wat meer aandacht zijn voor de Nederlandse soldaten tijdens Dodenherdenking.”

Hilja Klaver-Vos wil meer aandacht voor gesneuvelde Nederlandse militairen (Foto: Eelco Kuiken)
Hilja Klaver-Vos wil meer aandacht voor gesneuvelde Nederlandse militairen (Foto: Eelco Kuiken)

Jan Troost is niet de enige soldaat uit Staphorst die stierf. Ook Jan Brakke, Jan Poepe en Roelof Mulder sneuvelden. Poepe en Mulder woonden in de meidagen in Balkbrug en Ommen. Hilja Klaver heeft ook allerlei informatie over hen boven tafel gekregen. "Ik wil op den duur een boekje maken waar dit viertal in beschreven staat.”

Tijdens de mobilisatie van 1939 en in de meidagen van 1940 waren 280.000 beroeps- en dienstplichtige militairen onder de wapenen. Zesduizend van hen raakten gewond. 2.300 kwamen om tussen 10 en 17 mei 1940 of zij overleden later aan hun verwondingen. De meeste van deze soldaten werden in hun eigen woonplaats begraven. Vanwege de bezetting, was van een begrafenis met militaire eer geen sprake.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.
Deel dit artikel: